Zwollenaar Gijs Vermeent kreeg bij burnout nauwelijks steun
van werkgever en arbodienst

Arbodiensten werken nu preventiever

door Marjolein Mieras

April 2005 - ZWOLLE - Bedrijven en arbodiensten richten zich steeds meer op het voorkomen van ziekteverzuim. De verantwoordelijkheid verschuift hierdoor meer naar de werknemer. Van Zwollenaar Gijs Vermeent* (44) hadden ze daar jaren eerder mee mogen beginnen. Hij gaf in 2002 aan dat het niet goed met hem ging, maar zijn werkgever en de arbodienst pikten het niet op. Vermeent zit in de WAO na een burnout. Door zelf de verantwoordelijkheid te nemen was hij zijn tijd vooruit. Hij hield dossiers bij van de gesprekken met zijn werkgever en de arbodienst en deed een training tegen stressklachten. Hij vindt dat hij alleen stond. _____________________________________________________

‘Een vergissing, daar is mijn ziekteverzuim mee begonnen’, vertelt Vermeent.

Het ingenieursbureau waar hij in dienst was, gaf hem naast zijn taak als logistiek adviseur de leiding over verschillende afdelingen. Hij nam de taken aan en noemt dat een vergissing.
‘Het was te veel en ik had moeten zeggen dat ik niet wilde. Ik ben geen harde manager. De mens staat voor mij centraal. Mijn burnout is vanaf dat moment in 2002 merkbaar geworden. Ik voelde heel duidelijk dat ik niet lekker in mijn vel zat en dat ik krampachtig vasthield aan werken. Het maakte me blij als collega’s zeiden dat ik mijn werk goed deed.’

Ziekenhuis
De licht gezette en verzorgd ogende Vermeent is opgegroeid in Zwolle. Hij praat snel en graag over zijn leven en de burnout.
‘De werkdruk nam toe. Ook de verantwoordelijkheid voor het wagenpark en de inkoop kwam er bij en ik heb overal ja op gezegd, terwijl ik van binnen al uitgeput was. Ik kreeg fysieke klachten en voor ik het wist zat ik bij een cardioloog. Met een acute kransslagader-vernauwing ben ik gedotterd en gelaserd in een Amsterdams ziekenhuis. Kantje boord was het en dat is heftig.’

Reorganisatie niet netjes
Na de ziekenhuisopname begon voor Vermeent een traject met de bedrijfsarts, de arbopsycholoog, de bedrijfsmaatschappelijk werker en Personeelszaken. Tijdens zijn afwezigheid is het ingenieursbureau waar hij werkte begonnen met een reorganisatie.
‘Mijn afdeling is gewijzigd zonder overleg met mij. Ik kreeg van mijn werkgever begin 2003 brieven thuis waarin stond dat ik me er niet mee bezig moest houden. Ik had helemaal nergens grip meer op. Het werd een juridische touwtrekkerij en het was niet meer netjes. Ik wilde alleen maar met mijn herstel bezig zijn. In een vakantiehuisje lag ik in gepeins verzonken op de bank.’

Geen steun
‘Bij de bedrijfsarts en de arbodienst had ik al lang aangegeven dat het niet goed met me ging. Ze deden er niet veel mee. Ook met het hoofd van Personeelszaken heb ik een gesprek gehad en ook van hem kreeg ik geen enkele steun. Ik kreeg te maken met artsen die niet luisterden en een arbeidsdeskundige die in zijn advies dingen schreef waarover we het niet hadden gehad. De enige die begrip had, was de bedrijfsmaatschappelijk werker. Hij zorgde ervoor dat ik niet gedumpt werd.’

‘Wat ik gedaan heb? Alle gesprekken en gebeurtenissen heb ik vastgelegd op papier. Dat dossier had ik uiteindelijk ook nodig om een uitkering te krijgen. Anders had de uitkeringsinstantie me op de vingers getikt dat ik niet alles had gedaan om mijn baan te behouden. Als je dat als zieke werknemer moet regelen, dat vergt veel.’

Aanloop
Achteraf weet Vermeent dat de aanloop naar zijn uitputting al is genomen in 1989 na zijn echtscheiding. Zijn eigen onderneming ging in 1994 failliet. Hij raakte eind 2001 ook zijn volgende relatie kwijt en daarmee zijn huis. Daarom is hij blij met het huis dat hij in 2004 kocht in de binnenstad van Zwolle.
‘Voor het verdriet na de scheiding heb ik niet genoeg tijd genomen. Ik was continu aan het werk en dat was een vlucht om maar niet te hoeven voelen. Ik werkte in die tijd zeker tachtig uur per week in mijn transportbedrijf en ik was mezelf steeds meer aan het uithollen. De klad kwam in die onderneming doordat ik me had laten bedonderen met de aanschaf van vrachtwagens. Fysiek voelde ik me niet goed, financieel kon ik niets meer, ik moest op zoek naar een andere baan en ik moest me verweren in het faillissement.’

 

 

De weg kwijt
‘Mijn vriendin was veel rationeler dan ik. Ik ben een gevoelsmens. Ik werkte me over de kop bij het ingenieursbureau en zij werkte ook fulltime. We zijn elkaar daarbij verloren en we hebben de relatie beëindigd na acht jaar samen. Ons landhuis in Almen hebben we verkocht.
Een keer droomde ik dat ik in een gat viel. Het was alsof mijn hele leven aan me voorbij ging: veel verdriet, een onmachtig gevoel, vriendin weg, huis weg. Ik was helemaal de weg kwijt.’

Vermeent kwam in de ziektewet. Zijn werkgever wisselde van arbodienst. Uiteindelijk volgde in september 2004 ontslag en hij had op psychologische en lichamelijke gronden recht op twintig uur per week WAO, aangevuld met een WW-uitkering.
‘Als je in zo’n ingewikkeld geval zit, is het niet leuk om je gegevens over te dragen aan een andere arbodienst. Als ik de bedragen zie die mijn werkgever kwijt was aan die diensten, dan hadden ze me de door mij gevraagde training wel kunnen geven bij het Leefstijl Trainingscentrum in Dalfsen. Daar wilde ik met mijn stress leren omgaan.’

Weer aan het werk
‘De nieuwe arbodienst werkte preventiever. Ik heb daar echter niet veel van meegekregen want voorkomen was in mijn geval niet meer mogelijk. Ik merkte wel dat de nieuwe arts zich meteen sterk maakte voor mijn herintreding en hij zorgde dat we wekelijks afstemden.’
‘Na mijn instorting ben ik hooguit vijf maanden thuis geweest en dat vind ik kort in zo’n situatie. Daarna werkte ik op arbeidstherapeutische basis al weer halve dagen of meer. Het is niet normaal om als je ziek bent zoveel te werken. Ik liet hiermee zien dat ik wilde, maar ze namen me niet terug tegen loonwaarde.’

De training in Dalfsen van meer dan duizend euro kreeg Vermeent niet vergoed via zijn werkgever. Hij is echter niet bij de pakken neer gaan zitten en hij heeft vanaf januari 2002 op aanraden van zijn zus een cursus emotioneel lichaamswerk gevolgd in Zwolle. De paar honderd euro hiervoor kon hij zelf opbrengen.
‘Bij de wekelijkse bijeenkomsten van emotioneel lichaamswerk wilde ik in het begin steeds gillend weg bij dat zweverige gedoe. Na de zevende keer is er bij ademoefeningen wat losgekomen. Het was alsof ik allerlei vakjes opentrok in mezelf. Ik kreeg door waar ik me vastzette en ik durfde me meer te uiten, te schreeuwen ook. De spanning bij mijn hart kwam ik ook weer tegen en ik ben ervan overtuigd dat ik mijn hart had afgesneden door niet te luisteren naar mezelf.
Emotioneel lichaamswerk maakte dat ik op mijn werk staande ben gebleven, door een stuk balans terug te vinden en door keuzes te leren maken.’

Vermeent nam verantwoordelijkheid voor zijn situatie door gesprekken aan te gaan met zijn werkgever en de arbodienst, een dossier aan te leggen en door een training te volgen tegen stress. Nu volgt hij vanuit de WW en WAO een opleiding in de bedrijfspsychologie en een opleiding tot therapeut.
‘Ik vind arbodiensten niet correct, niet dicht bij de mensen en op ondernemingen gericht’, vertelt Vermeent. ‘Ze hadden meer kunnen doen. In Nederland kun je als je je beroerd voelt flink onderuit knallen. De inspanning van de uitkeringsinstantie en mijn werkgever voor mijn reïntegratie was werkelijk een wassen neus. Het is heel moeilijk om dat zelf op te pakken als je een burnout hebt. Je wilt eigenlijk bezig zijn met herstel.’

* Voor de privacy van de geinterviewde is hier de gefingeerde naam 'Gijs Vermeent' gebruikt.

Copyright © Marjolein Mieras 2005

Copyright © Marjolein Mieras 2005-2006