| Oktober 2004 - Brinkhorst wil de
splitsing van energiebedrijven doorzetten. De afspraak in de Tweede
Kamer was om alleen te kijken of het noodzakelijk is. De minister
van Economische Zaken krijgt kritiek op zijn plan omdat niet duidelijk
is welk probleem hij wil oplossen. Zelfs in het buitenland zijn ze
nog niet zo ver gegaan met de liberalisering van de energiemarkt.
Brinkhorst gaat veel te ver met de splitsing van energiebedrijven
in netbeheer en verkoop en levering. Zolang een goede onderbouwing
uitblijft, is verkoop van aandelen een paar stappen te ver. Dat
vindt CDA-kamerlid Jos Hessels en het plan is ook nog eens in tegenspraak
met de vorige week verzonden ‘Industriebrief’ waarin
staatssecretaris Van Gennip en Brinkhorst aankondigen niet te zullen
afwijken van de andere landen en de Europese wet- en regelgeving.
Aangezien er thans geen initiatieven in andere EU-landen bekend
zijn om de energienetten af te splitsen, lijkt het voorstel van
de minister uit de lucht te komen vallen. Hij verwijst naar Groot-Brittannië,
maar die situatie is niet vergelijkbaar, omdat de afsplitsing daar
op vrijwillige basis plaatsvond en lang niet bij alle bedrijven.
Onder de maat
Allerlei redenen zijn aan te voeren om het plan nog niet of helemaal
niet door te zetten. Brinkhorst krijgt het verwijt van De Federatie
van Energiebedrijven, EnergieNed, dat hij zijn keuze niet voldoende
heeft onderbouwd. De huidige regelgeving is, volgens de federatie,
al ingericht op het waarborgen van effectieve marktwerking, waarbij
door onafhankelijk toezicht ook de kwaliteit van de netten gewaarborgd
is. In de praktijk betekent dit dat de energienetten juridisch en
organisatorisch zijn afgesplitst in aparte vennootschappen. Bij
wanbeheer volgt het onteigenen van de netten of het opleggen van
boetes die kunnen oplopen tot tien procent van de jaaromzet. Ook
Nuon vindt de argumenten om energiebedrijven te splitsen onder de
maat. Vooral het idee dat de minister geen vertrouwen zou hebben
in de regulering van de overheid en toezichthouder DTe, is voor
Nuon onbegrijpelijk. Energiebedrijf Eneco geeft tegengas door te
stellen dat het Nederlandse stroomnet ook in private handen van
hoge kwaliteit is gebleven. Essent gaat een stap verder. Dit energiebedrijf
wil juridische stappen nemen tegen bedrijfssplitsing. De tegenstand
van de energiebedrijven is niet zo verwonderlijk, want de netwerken
zijn een van de meest winstgevende bedrijfsonderdelen.
En dan is het nog maar de vraag of de aandelen in trek zullen zijn.
‘Ik denk niet dat de belangstelling overweldigend zal zijn’,
is de verwachting van Hugo Peek, wereldwijd hoofd Power & Utilities
van ABN Amro. Hij ziet pensioenfondsen en verzekeraars als potentiële
klanten. De op rendement georiënteerde venture capitalists
zullen volgens Peek weinig animo hebben.
|
|
Fortuinzoekers
Hoewel de onderbouwing van Brinkhorst als mager bestempeld is, heeft
hij wel degelijk redenen om de energiebedrijven te laten opsplitsen.
Allereerst is dat het tegengaan van oneerlijke concurrentie. Een
energiebedrijf dat ook het netwerk in handen heeft, is in een bevoordeelde
positie ten opzichte van bedrijven zonder netwerk. De toezichthoudende
taak van DTe zou eenvoudiger worden, omdat bij de huidige administratieve
splitsing niet controleerbaar is of een energiebedrijf de machtspositie
misbruikt. Provincies en gemeenten zouden hun aandelen met commercieel
belang makkelijker kunnen verkopen en naar keuze hun netwerk mogen
houden.
De energiebedrijven zijn verbolgen over het idee, maar de organisatie
World Informations Service on Energy – WISE - kan er wel gelukkig
mee zijn. Maar alleen als het netwerk volledig in bezit blijft van
de overheid. Netwerkbeheer moet een serieuze zaak blijven, vindt
WISE, en het moet niet in handen vallen van investeerders die op
een makkelijke manier financieel willen scoren. Voor die snelle
fortuinzoekers zou het nog aantrekkelijker kunnen worden, omdat
er sprake van is dat netwerkbeheerders hun tarieven met vijf procent
mogen verhogen als er geen of weinig storingen zijn.
Mythen
De splitsing van de energiebedrijven is weer een volgende stap naar
een vrije energiemarkt. ‘Dit proces van liberalisering wordt
eerder gevoed door ideologische overtuigingen en krachtige private
belangen’, oordeelt WISE, ‘dan dat het gebaseerd is
op een serieuze en objectieve beoordeling van al de beschikbare
alternatieven.’ De organisatie WISE verzet zich al twintig
jaar tegen kernenergie en houdt nauwlettend de wereldwijde ontwikkelingen
op energiegebied in de gaten. De voordelen die de beijveraars voor
liberalisering noemen, doet de organisatie af als mythen. Een vrije
energiemarkt is niet goed voor het milieu, vindt WISE, omdat bedrijven
met winstoogmerk zullen streven naar het zo lang mogelijk in gebruik
houden van oude en vervuilende energiecentrales. Liberalisering
is geen keuze, oordeelt de organisatie verder, maar vaak een voorwaarde
die de Wereldbank, het IMF en de regionale ontwikkelingsbanken aan
overheden stellen. En dan de prijsmythe. Het is nog maar de vraag
of een vrije energiemarkt goedkoper is voor de consument. Door het
beperken van voorraden kunnen private producenten de prijs hoog
houden. In Europa heeft de vrije energiemarkt nog niet geleid tot
exorbitant hogere prijzen. Wel heeft de zakelijke markt meer voordeel,
volgens WISE, dan de kleine consument.
Onomkeerbaar
Het ziet er naar uit dat de liberalisering van de energiemarkt onomkeerbaar
is. Vaststaat dat Brinkhorst de splitsing van energiebedrijven voor
2007 wil afronden. Dan is de stap naar privatisering van de productie-
en leveringsbedrijven niet groot meer. De minister wil voorkomen
dat de netwerken in handen vallen van bedrijven die energie produceren
of verhandelen. Of de netwerkbedrijven ook geprivatiseerd worden,
behoeft waarschijnlijk wat meer discussie. |