|
Innerlijk weten
Activiteiten bij Majoraan
zijn een uitnodiging om te leven vanuit innerlijk
weten. Binnen Majoraan werk ik vanuit de visie dat alle kinderen zich
op hun eigen manier mogen ontwikkelen. Leven vanuit deze visie geeft mij veel vreugde. De visie komt uit mijn ziel, mijn innerlijk weten.
Naar inhoudsopgave.
Beschermengel
In mijn leven ervaar ik een kracht die ervoor zorgt dat alles lekker
loopt. Die kracht noem ik beschermengel. Ik praat met de engel. Om
te bedanken, om iets te vragen of om te overleggen. Dat praten doe
ik meestal via mijn uitstraling en soms via gedachten. Tijdens een
visualisatieoefening in een workshop heb ik me voorgesteld hoe de
engel eruit ziet. Ik zag een soort witte wolk van transparante witte
slierten die steeds van vorm veranderde.
In mijn jeugd al was het vertrouwen in die kracht heel belangrijk
voor me en dat is nu nog steeds zo. Ik ervaar dat mijn wensen uitkomen
en dat heeft volgens mij ook te maken met deze kracht.
Naar inhoudsopgave.
Religie
Vanuit mijn enthousiasme over de werking van de aarde en de kosmos zocht ik
aansluiting. Ik verwonderde me over hoe de natuur
tot in detail is uitgewerkt en over hoe mieren zo mooi in onze tuin aan
het werk waren. Of ik vertelde in huiselijke kring gedreven dat we oorlogen
en honger kunnen stoppen.
Rond mijn tiende hoorde ik van een vriendje dat er een kinderclub
van de Pinkstergemeente in mijn buurt was. Daar heb ik een
energie ervaren waarin ik me erg thuis voelde. Met andere kinderen
uit de club zong ik liedjes in een huiskamer met een paar volwassenen.
Ze vertelden me daar dat ze me konden begeleiden in het toelaten van
Jezus Christus in mijn hart. Het voelde geweldig om mijn hart op die
manier te openen. Van huis uit ben ik niet religieus opgevoed, de bijbelverhalen vond ik wel interessant. Het ging me vooral om de
sfeer, de energie.
Naar inhoudsopgave.
Gevoelig
Mijn zintuigen zijn zeer ontwikkeld. Ik ruik, hoor, proef, zie en
voel gedetailleerd. Mijn ervaringen zijn intens en daar geniet ik van. Bij omgevingsgeluiden van bijvoorbeeld brommers
en vliegtuigen bedek ik het liefst mijn oren. Mijn lichamelijke pijngrens
is laag. Tijdens mijn eerste bevalling zei de verloskundige bij de
eerste centimeter ontsluiting dat ik naar het ziekenhuis moest voor
verdoving. 'Anders houd je het niet vol', vond ze omdat ik liet horen
wat ik voelde. In het ziekenhuis bleek een verdoving
niet nodig. Onze oudste zoon werd vrij snel geboren. Mijn lichaam
wist dat de bevalling niet zo lang mocht en hoefde te duren.
Onze jongste zoon kwam ook binnen drie uur op de wereld.
Naar
inhoudsopgave.
Paranormaal
Voor mij is paranormaal hetzelfde als normaal.
Ik
zie waarneming van het stoffelijke en fijnstoffelijke als mogelijkheden
voor iedereen.
's Nachts ging ik wel eens vanuit mijn bed weg van mijn lichaam. Dat zou
ik reizen kunnen noemen. Van het terugkomen schrok ik vroeger soms.
Het leek alsof ik met een schok terug in bed viel en ik vond het moeilijk
om te bewegen omdat mijn ledematen zwaar en tintelend aanvoelden.
Alsof de doorbloeding op gang moest komen. Geluid maken lukte ook
niet als ik net terug was.
Mijn weten is helder ontwikkeld. Een deel van dat weten is constant beschikbaar. Die wetenswaardigheden kan ik 'uit de lucht plukken' wanneer ik wil. Geregeld weet ik iets zonder dat
ik kan verklaren hoe. Een ander deel van weten komt als een plotselinge ingeving. Het komt vaak voor dat ik iets 'ineens'
weet over dagelijkse situaties in relatie met anderen. Dat voelt als een golvende stroom
in mijn lichaam. Dan blijf ik wel eens met open mond staan om wat
ik me ineens realiseer. Ik noem dat intuïtie. Als ik dans, fiets, wandel of rustig zit, komen er vaak ideeën bij me naar boven. Op die manier leidt mijn intuïtie me naar creëren.
Naar
inhoudsopgave.
Communicatie
Voor mij is het heerlijk om in stilte aanwezig te zijn en toch onderling
begrip te hebben.
Wat ik aan het leren ben is steeds weer te vertellen wat ik ervaar.
Ik neem vaak aan dat anderen via mijn uitstraling kunnen weten wat
er in mij omgaat. In de praktijk blijkt dat niet zo te zijn. Pas als
ik voor anderen begrijpelijke woorden gebruik, is er dan sprake van
communicatie.
Toch denk ik dat anderen kunnen weten wat er in mij omgaat zonder
dat ik het vertel. Communiceren met en zonder woorden zie ik als twee
talen die we allemaal beide kunnen gebruiken. Taal zonder woorden
gaat wat mij betreft vooral over essenties en intenties. Taal met
woorden zie ik als handig voor praktische zaken. Mijn kinderen en
ik spreken onder elkaar beide talen.
Praten over koetjes en kalfjes gaat me heel moeilijk af. Net als beleefdheidspraatjes.
Vooral als ik denk te zien dat de beleefde en vriendelijke uitdrukkingen
niet de werkelijke gevoelens weergeven. Als ik iemands gedrag op een
bepaald moment wel of niet zie zitten dan straal ik dat het liefste
op dat moment ook uit.
Ondanks dat ik van stilte hou, praat ik soms veel. Kletsen is een van de manieren waarop ik alle indrukken die
ik opdoe kan ontladen.
Naar inhoudsopgave.
Materieel en immaterieel
Af en toe verlang ik naar het immateriele leven dat ik ook als mogelijkheid ervaar. Daarin heb ik geen lichaam. Communiceren gaat dan zonder woorden.
Door het perspectief van dit immateriële spirituele
leven, relativeer ik mijn materiële aardse leven. Als kind stelde
ik me vaak voor dat ik vanaf een andere planeet naar de aarde keek.
Dan zag ik de mensen en hun activiteiten als mieren krioelend in een
mierenhoop. Vanuit dat perspectief kon ik mijn aardse ervaringen verwerken.
Ik denk daardoor dat liefde en haat en licht en donker hetzelfde zijn
en dat de dood in de oneindigheid van het immateriële niet bestaat.
Het immateriële leven is op aarde voor mij ook beschikbaar: materiële
en immateriële werelden ervaar ik als één. Relativeren maakt het mogelijk
voor me om vooral bezig te zijn met wat ik essentieel vind en me niet
druk te maken over praktische zaken als werk en geld.
Andersom relativeer ik ook: door het perspectief van dit materiële aardse leven, relativeer ik mijn immateriële spirituele leven. Heerlijk vind ik het om de hardheid en gladheid van een steen te voelen en de zachtheid van een dekbed. En heerlijk om de teerheid van een vlinder te ervaren door zo voorzichtig mogelijk met een vingertipje even zijn vleugel aan te raken.
Naar
inhoudsopgave.
Ervaringsleren:
weg willen, meedoenfase, genieten
Als jongere wilde ik vaak weg uit deze materiële wereld. Nu geniet
ik van zonnestralen, kinderen, kopjes thee, natuur en vrienden. Mijn
aandacht is gericht op aanwezig zijn en minder op zijn met anderen.
Tussen het weg willen en het genieten zat een meedoenfase: werkkringen,
opleidingen en ontmoetingen. In die fase koos ik voor meedoen in 'de'
maatschappij zodat ik hierover uit ervaring kan vertellen. Deze periode heb ik begrensd omdat ik voelde dat die manier
van leven niet bij me past. Ik woonde met mensen samen waarmee ik
dat niet had moeten doen, deed werk waarbij mijn hart niet lag en
stortte me van het een in het ander.
Het belangrijkste dat ik geleerd heb is dat ik me alleen nog wil manifesteren
op gebieden die voor mij essentieel zijn.
Naar
inhoudsopgave.
Betrokken
Ik heb een heel bewuste keuze gemaakt voor mijn ervaringen op aarde. Daarom
is betrokkenheid nu een belangrijke pijler in mijn leven. Dat betekent dat
ik stoffelijk wil creëren. Allereerst door zo vaak mogelijk met mijn
aandacht bij een aardse reailiteit te zijn. Stoffelijk creëren doe
ik ook door een aantal van mijn ontelbare ideeën tastbaar te maken.
Dat doe ik alleen met ideeën die mijn essenties en intenties kunnen
weergeven. Daarmee bedoel ik dat ik bij mijn werk met hart en ziel betrokken
ben. Voorbeelden daarvan zijn een leefgemeenschap die ik met vier anderen
had opgericht, Centrum Majoraan en artikelen schrijven.
Naar inhoudsopgave.
Eigenwijs
Vroeger thuis en op school gedroeg ik me, af en toe, zo dat anderen het moeilijk met me hadden. Ik was erg
eigenwijs en ik werd wel eens verschrikkelijk kwaad als ik het ergens niet
mee eens was. Als tiener heb ik me teruggetrokken. Ik wilde niet meer meedoen
met het leven dat ik om me heen zag. Op school zei ik jarenlang alleen het
hoognodige. In huiselijke kring was ik echter ook wel eens druk. Of misschien
kan ik het beter nádrukkelijk noemen.
Bij latere werkkringen bij de overheid en in het bedrijfsleven
nam ik mijn eigenwijsheid mee. Overal waar ik kom zie ik direct hoe
het ook anders zou kunnen. In een aantal werkkringen heb ik veranderingen
aangezwengeld. Achteraf bleken de betrokkenen blij te zijn met de
verandering. De weg er naar toe bracht me wel eens in conflict met
collega's.
Naar inhoudsopgave.
Alles kan
Altijd zie ik in alles een onuitputtelijke bron van mogelijkheden.
In mijn jeugd vond ik het moeilijk wanneer ik teruggefloten werd als
ik vertelde wat ik voor mogelijk hield. Alles wat we ons kunnen voorstellen
en niet kunnen voorstellen kan volgens mij gerealiseerd of gemanifesteerd
worden. Ik zie het leven als een creatie van manifestaties. Met manifestatie
bedoel ik een energie die op aarde waarneembaar is, zoals een mens
of een bedrijf. Leven is voor mij kiezen. Mijn geboorte was mijn keuze.
Mijn activiteiten zijn keuzes en de omstandigheden waarin ik leef
ook. Die keuzes zijn mijn gemanifesteerde creaties.
Naar inhoudsopgave.
Gezond
Mijn lichaam functioneert lekker. Ik ben zelden ziek en ik heb nooit
verwondingen gehad die ik noemenswaardig vind. Als ik ergens iets
in mijn lichaam voel, zoals steken of verkoudheidssymptomen, dan
kan ik die wegnemen door me er op te richten. Dat richten kan bijvoorbeeld
via mijn gedachten of handen. Meestal laat ik die symptomen hun
gang gaan. Ik weet dan dat mijn lichaam bezig is met optimalisatie.
Meestal weet ik ook wat die optimalisatie nodig maakt en die oorzaak
kan ik dan wegnemen.
Op de lagere school had ik vaak buikpijn en de doktoren die mijn
moeder raadpleegde wisten geen oorzaak te vinden. Nu besef ik dat
buikpijn mijn manier was om de indrukken te uiten die ik thuis en
op school opdeed. Datzelfde gold misschien voor het eczeem op mijn
polsen en in mijn elleboog- en knieholten. Op wat koorts en diarree
na heb ik ziekte in mijn leven niet nodig gehad. Koorts en diarree
vallen wat mij betreft trouwens niet onder ziekten en wel onder
afweermechanismen.
Naar
inhoudsopgave.
Dyscalculie
Met getallen en rekenen doe ik bijna niets. Dyscalculie
noemen ze dat. Dat is net zoiets als dyslexie. Wiskunde zie ik als
een taal die met beschrijvingen houvast kan bieden. Die taal wil ik niet leren. Ik weet dat ik ergens het
vermogen heb om het wel te leren. Als ik in een boek of op een website
veel getallen zie staan dan haak ik af als lezer. Op school kostte
het me veel moeite om zelfs eenvoudige wiskunde toe te passen. Liever
vroeg ik naar het waarom van één plus één
en van ingewikkelder wiskundeconstructies. Het antwoord dat het
in de wiskunde om aannames gaat, boorde bij mij een drang aan om die aannames te relativeren en andere aannames te creëren.
Naar inhoudsopgave.
Onderwijs
Naar school gaan vond ik in mijn jeugd tijdverspilling.
Wat in boeken staat kon ik toch thuis lezen en leren? In de klas
was de uitleg meestal langdradig voor me. Als de onderwijzer onze
kennis toetste met mondelinge vragen, stak ik liever mijn vinger
niet op als ik het wist. Ik toetste of ik het had begrepen door
mijn antwoorden te vergelijken met dat van anderen. Ik vind dat
ik makkelijk leer. In mijn jeugd viel dat echter niet op omdat ik
had besloten me zo weinig mogelijk te uiten.
Bij een beroeps- en schoolkeuzetest op de basisschool vroeg de tester
aan me wat ik in afbeeldingen zag die hij voor me omhoog hield.
Dat vond ik een leuk spelletje. Het duurde me alleen te lang.
In een zoveelste plaatje zag ik een danseres en kennelijk klopte
dat weer met wat hij zag. Hij liet me dan ook een volgend plaatje
zien. Ik besloot bij danseressen te blijven. Hij keek me aan en
stimuleerde me nog eens goed te kijken. Ik bleef bij mijn antwoord.
Bij weer een volgend plaatje hield ik het bij danseres. Ik lette
steeds minder op de afbeeldingen en meer op de meneer voor me. Hij
zuchtte af en toe en hij leek in een ander humeur te komen. Ik stelde
mezelf ondertussen vragen als: Hoe zou hij reageren als ik weer
hetzelfde antwoord geef? Welke conclusies trekt hij uit mijn antwoorden?
Ik ben uiteindelijk niet naar het voortgezet onderwijs gegaan dat het
testrapport adviseerde. Mijn moeder en ik vonden dat ik wat meer
aankon en dat bleek ook zo te zijn.
Naar
inhoudsopgave.
Dansen
Dagelijks dansen helpt me in de energiestroom te blijven waarin
ik mijn mogelijkheden ervaar. Dat was in mijn jeugd al belangrijk
voor me. Mijn ervaringen tijdens het dansen boden tegenwicht voor
wat ik voelde als mijn familie, onderwijzers of vrienden zeiden
dat iets niet mogelijk was.
Mijn inspiratie komt uit vele dansvormen zoals Afrikaans en flamenco.
Ik volgde lessen klassiek ballet, jazzballet, tapdans, stijldansen,
moderne dans en oriëntaals dansen. De muziek raakt me in mijn
ziel en de bewegingen komen vanzelf. Daarom vind ik de danspasjes
uit de lessen niet zo belangrijk. Vrij mijn eigen dans brengen past
het beste bij me. Het is een geweldige manier om mijn innerlijk
te beleven en te uiten.
Iedereen kan dansen en
zo gevoelens ervaren en naar buiten brengen. Daarop bouw ik verder
in de workshops die ik geef.
Naar
inhoudsopgave.
Drama en extase in dans
Door de vele indrukken die ik opdoe, loop ik vaak rond met allerlei
energieën. Die kan ik kwijt in wat ik noem dramadans. Als ik
in mijn jeugd naar een film met Shirley Temple keek of een musical
met Fred Astaire dan beeldde ik daarna in dans uit
wat ik gevoeld had bij het kijken. Hetzelfde deed ik na het bekijken videoclips
én na situaties uit mijn dagelijks leven. Bij het uitbeelden
vertolk ik net zo makkelijk een mannelijke rol als een vrouwelijke. Door het spelen van de rollen kom ik weer
bij mijn energie. Dramadans brengt me verwerking van gevoelens en
begrip voor gebeurtenissen.
Een andere vorm van dansen begint vanuit mijn energie. Dat brengt
me al snel in wat ik hier voor het gemak extase noem. Dit dansen
gaat over vibraties, beelden, afstemming en stromingen. Extasedans
brengt me inzicht in wat essentieel voor me is.
Naar inhoudsopgave.
Lichtwerk
Het begrip lichtwerk ken ik nog niet zo lang. In wat ik erover lees herken
ik me. Voor mij betekent lichtwerk dat ik bij al mijn ervaringen naga of ik met mijn gedrag trouw ben geweest
aan mijn ziel en aan wat essentieel voor me is.
Met dit grondige zelfonderzoek ben ik vierentwintig uur per dag bezig.
Terugkijkend tot nu toe
vind ik dat mijn gedragingen waardevolle ervaringen hebben opgeleverd.
Dat is ook een essentie van mijn leven: dat al de gebeurtenissen en mijn
reacties daarop onderdeel zijn van mijn ontwikkeling. Ontwikkeling zie ik als creatie: elk moment kan anders zijn. Het licht
in het woord lichtwerk doet me denken aan de creërende kracht in
mijn leven: mijn 'beschermengel'.
Naar
inhoudsopgave.
Lichaamsbeweging
Bewegen is altijd belangrijk voor me geweest. Rond mijn achttiende
begon ik intensief met aerobics. Daarvoor turnde ik en paardrijden
deed ik ook graag.
Ik deed een opleiding voor aerobic- en fitnessinstructrice bij de
International School of Aerobic Training en op Venwoude volgde ik
de vierjarige opleiding Trainer Emotioneel Lichaamswerk. Bij emotioneel
lichaamswerk zijn de oefeningen voor mij een instrument om mijn
mogelijkheden te ervaren.
Naar inhoudsopgave.
Moeder
Mijn zoons Martijn en Alexander zijn geboren in 1995 en 1998 en
via hen herken ik veel uit mijn jeugd, zoals het alles op mijn manier
willen doen en het ervaren van verschillende verschijningsvormen.
Het etiketteren van kinderen met termen als nieuwetijdskind, hooggevoelig
of hoogbegaafd vind ik niet prettig. Toch heeft verdieping in deze
onderwerpen me waardevolle tips opgeleverd en de bevestiging dat
ons gezin een van de vele is met soortgelijke ervaringen.
Naar inhoudsopgave.
Leefgemeenschap
Wonen met meerdere
mensen gaf me meer kansen om ervaring op te doen.
Nu besef ik dat mijn moeder vroeger bij ons thuis ook een soort
leefgemeenschap gecreëerd had. Ik vind dat zij daarmee zorgde
voor zinvolle bijdragen aan mijn ontwikkeling. We hadden bijvoorbeeld
wel eens kinderen te logeren via Jeugd & Gezin. De kinderen
hadden allerlei verschillende achtergronden en kleuren. Tijdens
verblijven van mijn moeder in het ziekenhuis ben ik ook een paar
keer in een ander gezin opgenomen.
Ook haalde mijn moeder een keer een dakloze zwerver in huis om mee
te eten.
Bij het wonen in een leefgemeenschap lag de nadruk voor mij op samenzijn vanuit zelfstandige individualiteit. Bij mijn moeder zag ik zorgzame
gastvrijheid. Waarschijnlijk had zij
dat weer van haar moeder. Het thuis van mijn overleden oma noemen
we nu nog steeds ‘De Zoete Inval’.
Naar
inhoudsopgave.
Internet
Heel wat uren per dag zit ik achter mijn computer en op het internet.
De vele mogelijkheden van internet wil ik veel meer benutten. Wat ik onder andere zo mooi vind aan internet,
is dat ik mijn veranderlijke aard er op kwijt kan. Wat ik vandaag schrijf
of laat zien, kan ik over een uur of morgen vaak precieser uitdrukken of dan kan het al weer helemaal anders voor me zijn.
Door het schrijven voor de website en het lesmateriaal leer ik steeds scherper te verwoorden
wat belangrijk voor me is. Die verwoordingen komen van binnenuit, elk
woord voel en beleef ik.
Naar inhoudsopgave.
Altijd geld
Over geld heb ik me nooit druk gemaakt. Het komt altijd naar me toe. Ik
heb niet veel nodig om lekker te leven. Naar winkels ga ik alleen voor
het hoognodige. Als ik mezelf eens wil trakteren op leuke kleren of een
uitje dan doe ik dat ook direct. Het meeste geef ik uit aan voor mij essentiële
dingen. Op dit moment zijn dat vooral onze leefgemeenschap en centrum
Majoraan. In mijn meedoenfase
verdiende ik aardig wat bij allerlei bedrijven en ik spaarde ook aardig
wat. Tussendoor nam ik wel eens ontslag of ik nam even geen nieuw werk
aan. Opmerkingen van anderen over pensioenbreuken, oude schoenen die ik
niet moest weggooien voor ik nieuwe had en ziektekostenverzekeringen,
sloten niet aan bij mijn belevingswereld. In de periodes dat ik niet werkte
leefde ik van mijn spaargeld. Nu ook voor een deel. Dat geeft me de mogelijkheid
om tot mezelf te komen en daarvan te genieten. Mijn inkomsten komen voort
uit genieten van voor mij belangrijke activiteiten.
Naar
inhoudsopgave.
Dualiteit
Een van de leukste aspecten van dit leven vind ik de dualiteit. Licht
en donker, haat en liefde, mooi en lelijk. In de dualiteit voel ik intens.
Een aantal jaren vanaf mijn dertigste heb ik dat wat extremer beleefd
met hogere pieken en lagere dalen. Heerlijk. Door deze manier van ervaren
is er voor mij geen positief of negatief. En er zijn voor mij geen problemen.
Zowel zwart als wit gebruik ik om tot een totale ervaring te komen. Een
totaalervaring voelt compleet. Blij en verdrietig,
moeilijk en makkelijk, hard en zacht zijn voor mij mogelijkheden om ervaringen
op te doen en daar geniet ik van.
Naar
inhoudsopgave.
Uiterlijk
In het bijzijn van anderen voelde ik me lelijk en nu nog wel eens. Als kind wilde
ik graag beeldschoon zijn. Dan zou ik nooit meer het gevoel hebben dat
mensen mij anders vonden dan hen, dacht ik. Op mijn vijftiende deed ik
alsof ik mooi was. Dat sterkte me in mijn wens om hetzelfde als anderen
te zijn. Daarbij kreeg ik meer aandacht dan ik aankon. Al snel merkte
ik dat aandacht niet was wat ik verlangde.
Wat jaren later besloot ik
dat het handig was als ik er uit zou zien als ‘the girl nextdoor’.
Zo’n meisje dat lijkt op veel andere meisjes. Dat meisje valt niet
zo erg op als ze binnenkomt want ze lijkt op jou. Ze hoeft niets uit te
leggen want je kent haar.
Nu leg ik de nadruk niet meer op hetzelfde zijn als anderen en wel
op zijn zoals ik me met hart en ziel voel.
Symmetrie zie ik in boeken en artikelen wel eens terugkomen als
criterium voor schoonheid. Aan mij is bijna niets symmetrisch. Ik
denk dat herkenning erg belangrijk is bij schoonheid.
Als ik alleen
ben voel ik me wel mooi. Ik herken mijn ziel in mijn spiegelbeeld.
Naar inhoudsopgave.
Home
Agenda
Opleiding NieuweTijdscoach
Opleiding Reikimaster
Nieuwetijdskinderen
Diagnose of keuze
De Nieuwe Tijd
Oudercoaching
Oudertraining
NieuweTijdscoaches
Nieuwsbrief
Lichaamswerk
Lichaamswerktrainingen
Reiki
Reikicursussen
Tekstbureau
Tekstarchief
Reageer
Boekenwinkel
Marjolein
Contact
Algemene voorwaarden
Links